header 2 1060x288

polyuria-polydipsia

PUPD: associatie van polyuria en polydipsia. Soms bestaat enkel polyuria soms enkel polydipsia.

Polyuria en polydipsia worden gewoonlijk samen vastgesteld om evidente redenen. Wanneer echter de polydipsia veroorzaakt wordt door watertekort, dan kan dit alleenstaand waargenomen worden. Mutatis mutandis gaat hyperhydratatie gepaard met alleenstaande polyuria.

NORM: normale hoeveelheid urineproductie en wateropname per 24 uur:

-(equ): urineproductie: 3-10 liter per dag. Een urineproductie van >50ml/kg/d en drankopname van >100ml/kg/d is abnormaal. Veulens kunnen een urineproductie van 150ml/k/d aan omwille van de melkopname. Een paard kan snel 15 liter per dag zweten. Bij hitte en lichte arbeid drinkt een paard 30-40 liter, zware arbeid 60-80 liter.

-(bov): urineproductie 6-25 liter per dag. De water opname is afhankelijk van de omgevingstemperatuur en droogte. Melkkoeien drinkn 40-100 liter per dag, 120 liter bij een melkproductie van 30 liter; ongeveer 4-5 liter water per kg geproduceerde melk. Een koe drinkt 10 liter op 5 minuten, 5-10 maal per dag..

-(ovi)(cap): drankopname: 7-10% van het lichaamsgewicht 0,5-7 liter per dag. Ooien met lam: 4-10 liter per dag. Bij een geit is de wateropname ongeveer 5% van het lichaamsgewicht plus 1-1,5 liter per liter geproduceerde melk.

-(sui): urinepoductie : 2-6 liter. De dagelijkse wateropname situeert zich rond de 10% van het lichaamsgewicht : 1-4 liter na spenen, 4-12 liter bij mesten, 15-20 liter bij de drachtige zeug, en 20-35 liter voor de zeug met jongen.

-(can): naargelang de rassen en gestalte bedraagt de urineproductie 40ml-2 liter per dag. Normaal is dit ongeveer 25ml / kg en per dag. Drankopname is gemakkelijk te meten aan de hand van het toegediende water. Dit geeft een indicatie in verband met de urineproductie : de hoevelheid wordt abnormaal hoog vanaf 100ml/kg/dag. De normale drankopname is afhankelijk van het vochtgehalte in voedsel, en ook waterverlies door inspanning en warmte.

-(fel): een kat drinkt 75ml-200ml per dag. Gemiddeld is dit 28ml/kg en per dag. Ook bij katten is een drankopname van meer dan 100ml/kg/dag  abnormaal. de fysiologie bij de kat is afgestemd op het watergehalte van de normale prooi die rond de 75% schommelt. Hierdoor is de natuurlijke aanleg bij de kat om te drinken laag. Bij toedienen van droge voeding blijft de wateropname hiervoor onvoldoende.

-(rod) cavia : de bovenste limiet voor wateropname is 55ml/kg/d. (857)

-(cam) de wateropname bij kameelachtigen is merkwaardig : een kameel drinkt 150 liter water in 10 minuten, en kan hiermee 1 tot 2 weken overleven.

-(gal) : kippen drinken ongeveer 1,5 x het gewicht van de voederopname.

-(pro) : olifanten drinken gemakkelijk 200 liter per dag. Ze zuigen ongeveer 10 liter in hun slurf die ze dan ledigen in de mond.

-(hum) : een urineproductie van meer dan 1,5 liter per dag betekent polyuria ; minder dan 100ml per dag is oligurie

 

ETIO:   

▪vochtverlies:

er is polydipsia tot wanneer het vochttekort is gecompenseerd; nadien kan naargelang de pathologie bijkomend polyuria ontstaan ▫diarrhea met vochtverlies; ▫braken; ▫zweten; ▫hemorragia; ▫koorts

▪hypotone hyper hydratatie, water intoxicatie:

opname van abnormale hoeveelheden water, na overmatig drinken, perfusie van glucose oplossingen maar ook bij waterretentie door nierinsufficiëntie ontstaat polyuria.

▪hormonale stoornissen:

▫diabetes mellitus type 1 en type 2: er ontstaat ook hyperglycemia, glucosuria, hypercholesterolemia.

▫diabetes insipidus wordt veroorzaakt door een gebrek aan antidiuretisch hormoon (vasopressine) uit de hypophyse. Bij de dorsttest blijft de urine dichtheid beneden 1,025. Men heeft wisselende resultaten na toedienen van antidiuretisch hormoon. Er zijn symptomen van deshydratatie.

▫hyperthyroïdia: veroorzaakt ook hypercholesterolemia. Bij vleeseters moet men steeds denken aan voederen van rauw vleesafval waarin stottenhoofd, en dus thyroïd verwerkt is. PUPD met verlaagde urinedensiteit ontstaat door het verhoogde basaalmetabolisme, maar bij (fel) ook psychogeen.

▫Cushing: lichte hyperglycemia, glucosuria; polyuria met lage urinedensiteit, hoog Natrium en laag Kalium; tevens is er polyphagia.

▫iatrogeen toedienen van corticosteroïden, gaat ook gepaard met hyperglycemia, glucosuria.

▫Addison, hypoadrenocorticisme: soms is er ook uremia. Naast verminderde secretie van glucocorticoïden is er ook verminderde seretie van mineralocoricoïden en verlies van Natrium, Chloor en water via de nier en retentie van Kalium.

▫hyperaldosteronisme ontstaat door bijniercortex tumoren. Polyuria-polydipsia kan soms ontstaan door secundaire nephrogene diabetes insipidus, of door progesteron hypersecretie in 20%° van de gevallen bij de kat (fel).

▫adrenopathia is een aandoening bij de fret (fur) (593). Er is hyperplasie en tumoren van de bijnier met overmatige productie van oestradiol, androstenedione, 17-hydroxyprogesterone, zelden glucocorticoïden en mineralocorticoïden. Naast huidsymptomen (alopecia), vulva, prostaathypertrofie is er PUPD. Sterilisatie is predisponerend, ook verlengen van de photoperiode (langdurige belichting), genetische predispositie.

▫pheochromocytoma van bijniermerg: de tumor synthetiseert grote hoeveelheden catecholamines die hypertensie veroorzaken met eindorgaanschade, algemene symptomen, maagdarm, hart, zenuw symptomen en polyuria- polydipsia.   

▫acromegalia ontstaat door verhoogde secretie van somatotropine door de hypophyse; hierdoor is er abnormale groei van bindweefsel, been, viscera polyphagia, polyuria-polydipsia, vaak met insulineresitente diabetes, gigantisme. Bij 30% van de katten (fel) met insuline resistente diabetes vindt men acromegalia samen met gewichtstoename.

▫persisterende ovaria bij de hond (can): zwellen van de vulva, lactatie, bronstgedrag, attractiviteit voor reuen, melkklierhyperplasie, symmetrische alopecia, pollakisuria, polyuria-polydisia.

▫primaire hyperparathyroïdia: polyuria en polydipsia ontstaat door inhibitie van de waterherresorptie uit de niertubuli.

▫pancreatitis, acuut, veroorzaakt polydipsia, en chronische pancreatitis veroorzaakt PUPD.

▫inhibitie van ADH door E.Coli toxines bij ▫ pyelonephritis; ▫pyometra (can); ▫ prostatitis

▪renaal, urinair:

▫chronische gecompenseerde nierinsufficiëntie, chronische nierziekte: glucosuria, soms lichte hyperglycemia. Bij de dorsttest is de urinedichteid lager dan 1025. Toedienen van ADH regulariseert de polyuria niet. Er is vaak aplastische anemia. De polyuria-polydipsia ontstaat door onvoldoende terugresorptie van water uit de tubuli, hierdoor compenseert de nier de gebrekkige werking.

De mogelijke aandoeningen zijn acute en chronische interstitiële nephritis (can)(fel); niercortexhypoplasia (can), nephrose;; hydronephroses, niercysten, nephrophtisia (hum) erfelijke autosomiaal recessief, glomerulonephritis, pyelonephritis, interstitiële nephritis, niertumoren, nephrolithiasis, niercysten, niercortexhypoplasie (erfelijk bij de cocker spaniel en de bedlington terrier). Er zijn ook de nephrotoxines: hemoglobinuria, myogloinuria, amphotericine B, aminoglycosides, cephalosporines, sulfonamides, tetracyclines, NSAID, cytostatica, methoxyfluraan,ethylene glycol, zware metalen, gifitige planten.

▫nephrogene diabetes insipidus: er is geen uremia; het is een erfelijke aandoening met uitvallen van herresorptie van water in de niertubuli. Deze aandoening is ongevoelig aan toediening van antidiuretisch hormoon ADH.

▫renale glycosuria en proteinuria: men vindt geen abnormaal urinesediment; de dorsttest geeft een urinedensiteit <1025, toedienen van ADH geeft geen verhoogde urinedensiteit; er zijn deshydratatie symptomen.

▫het Fanconi syndroom heeft diverse etiologieën en wordt gekenmerkt door zware glucosuria met normale glucosemia. Het is soms een erfelijke, recessief autosomiale aandoening, vooral beschreven bij de Basenji. Het kan ook secundair verschijnen bij andere aandoeningen zoals intoxicaties, leverpathologie, primaire hyperparathyroïdie, leptospirose, chemische additieven in de voeding. Jerky treats zijn versnaperingen voor honden op basis van gedroogde kip/eend uit China (681). Het is gekenmerkt door stoornis in reabsorptie van de proximale renale tubuli welke resulteert in verlies van water, glucose, en andere metabolieten.

▫bij hypertensie is de PUPD het gevolg van de secundaire nieraantasting, de eindorgaanschade.

▫cystitis, zoals het feliene urinair syndroom veroorzaakt eerder pollakisuria; hierdoor is echter de herresorptie van water tijdens het verblijf van de urine in de blaas verminderd.

▫bij prostaattumoren, hyperplasie, prostaat aandoeningen is de PUPD veroorzaakt door renale of blaascomplicaties.

▪fysiologisch

▫koorts.

▫stress: vooral (fel): hyperglycemia, glucosuria.

▫bronst: frequent bij oudere teven (can); tijdens de eerste bronst; bij oude gecastreerde teven.

▫zoutrijk dieet.

▪gedrags en zenuw stoornissen:

▫convulsies (can).

▫psychogeen (potomanie, of primaire polydipsia): geen abnormale parameters behalve hyponatremia, bij de dorsttest is de urinedichteid >1025;

▪leveraandoeningen:

▫leverinsufficiëntie, hepatitis: de PUPD ontstaat door verhoogde concentratie van bijnier corticosteroïden welke niet voldoende gemetaboliseerd worden door de lever, door daling van ureumgehalte in het bloed. Sommige toxines die onvoldoende gemetaboliseerd worden door de lever kunnen ook een rechtstreekse werking hebben op het centraal zenuwstelsel. (145)(146).

▫portosystemische shunt met leveraandoening. Polyuria-polydipsia ontstaat bij 70% van de honden (can) (845).

▫levertumoren: frequent bij (can) (hum). Diagnose door aanwezigheid van leverenzymes, echografie, MRI, scan.

▫cholangitis: frequent bij (fel), bij (can) door Platynostomum. Diagnose door echografie.

▪infectieus:

▫lebmaagtrichostrongylose (bov)(ovi)(cap);

▫acute lenteverminose (bov);

▫feliene infectieuse peritonitis (fel);

▫pyometra door toxisch- infectieuse nieraantasting (can). Alle zieke, niet gesteriliseerde teefjes zijn initieel verdacht van pyometra.

▪iatrogeen:

toedienen van glucocorticoïden, phenobarbital; diuretica, anticonvulsive, barbituraten, primidon bij de behandeling van epilepsie, thyroid hormoon, vitamine D.

▪verstoorde ionenbalans

▫hypercalcemia: de polyuria ontstaat door verkalking van niertubulie en glomeruli; hypercalcemia kan ook secundair zijn aan nierinsufficiëntie. Hypercalcemia heeft verschillende oorzaken: pseudohyperparathyroïdia: tumorale productie van stoffen met hormonale werking; primaire hyperparathyroïdia: parathyroïdtumoren en parathyroïdhyperplasia; hypervitaminose D (samen met hyperphosphatemia) door iatrogene overdosering, jasmijn intoxicatie; osteolyse (samen met hyperphosphatemia, verhoogde alcalische fosfatase) door beenderige metastasen van kwaadaardige tumoren; hyperadrenocorticisme, Addison ; blastomycose, histoplasmose.

▫hypokaliëmia: productie van grote hoeveelheden hypotone urine. Deze hypokaliëmia ontstaat door onvoldoende K opname, zoutgebrek bij (bov) (858); K verlies bij diarrhea, braken, Cushing; maagtorsie (can); toediening van glucose en stimulus van de Na pomp met migratie van K naar intracellulair; alcalose; K verlies door chronische nierinsufficiëntie (fel)(meest frequente oorzaak bij de kat); iatrogeen K verlies met mineralocorticoïden, catecholamines en diuretica; hyperaldosteronisme (bijnierstoornis); postobstructieve diurese; metabole alcalose.

▪andere (meestal tumoraal):

▫prostaattumoren (can) er ontstaat ook soms pollakisuria, dysuria;

▫lymphosarcoma (can) (mediastinaal lymphoma met hypercalcemia)(can); aleutian disease (ner).

▫anaalklierndenoma of adenocarcinoma gaan soms gepaard met PUPD

▫endometriumhyperplasia (can);

▫milttorsie

▫thymustumoren zijn vaak geassocieerd met paraneoplastische pathologie, PUPD ontstaat secundair door hypercalcemia.

DIAG:

Meer specifieke analyses van de hormoon, nier, leverfuncties terzijde gelaten kan een envoudige screening richtinggevend zijn voor de diagnose

▪ionenbalans: detectie van hypercalcemia, hypernatremia-hypokaliemia bij Cushing

▪glycemia, glycosuria in diabetes mellitus, Cushing, renale aandoeningen

▪cholesterolemia voor detectie van hormonale aandoeningen in het algemeen.

▪waterdeprivatietest

▪toedienen van Minrin in het conjunctivalzakje (antidiuretisch hormoon); desmopressine Teva.